Op de volgende website vindt u meer informatie, zoals antwoorden op veel gestelde vragen, patiëntenfolders en informatie over preventie:
(020)-6352666
Distelplein 16, 1031 XH Amsterdam
(020)-6320728
Kamperfoelieweg 9, 1032 HD Amsterdam
(075)-6555500
Rustenburg 118, 1506 AZ Zaandam, Netherlands
vragen@dentalzorg.nl
(075)-6555500
DentalZorg, locatie Amsterdam Kamperfoelieweg is 12 keer gewaardeerd en heeft en gemiddeld cijfer van 8.1 .
DentalZorg, locatie Amsterdam Distelplein is 25 keer gewaardeerd en heeft een gemiddeld cijfer van 8.3 .
Het gebruik van bloedverdunners geeft een groter risico op (na)bloedingen. Maar, stoppen of verminderen van de medicijnen verhoogt de kans op bloedstolsels die een bloedvat kunnen afsluiten. Zo kan een hersen-of hartinfarct ontstaan.
Meestal is het niet nodig om uw medicijnen aan te passen bij een ingreep in de mond. Maar, bij sommige ingrepen én bij sommige medicijnen, is er een grotere kans op een nabloeding. Dan is het verstandig om uw medicijnen óf de uitvoering van de ingreep wat aan te passen. Maar, dit moet wel verantwoord zijn. Daarom overlegt uw mondzorgverlener in sommige gevallen met trombosedienst/trombose expertisecentrum en/of uw arts die de bloedverdunners heeft voorgeschreven. Uw zorgverleners willen de kans op nabloedingen in de mond, maar ook de kans op verstoppingen van een bloedvat in uw lichaam zo klein mogelijk maken.
Wanneer u een ingreep moet ondergaan waarbij het risico op een nabloeding vergroot is, vraagt uw mondzorgverlener of u bloedverdunners gebruikt. De mondzorgverlener informeert u over mogelijke risico’s van de behandeling. U besluit samen met uw mondzorgverlener of het door blijven gebruiken van uw bloedverdunners verantwoord is, of dat dit tijdelijk aangepast moet worden.
Uw mondzorgverlener neemt na de ingreep maatregelen om de kans op een nabloeding zo klein mogelijk te maken, zoals hechten van de wond. U krijgt bovendien in de meeste gevallen een recept voor tranexaminezuur vloeistof (om de mond voorzichtig mee te spoelen of om op een gaasje te schenken waarna u hierop kunt dichtbijten). Dit zorgt ervoor dat er een bloedstolsel op de wond in de mond kan komen.
Uw mondzorgverlener geeft u advies over pijnstilling na de ingreep. Gebruik geen NSAID’s (ibuprofen, diclofenac, naproxen) als pijnstiller omdat deze middelen het risico op een nabloeding verhogen.
Indien u tijdelijk bent gestopt met uw bloedverdunners vanwege de ingreep, vertelt uw (mond)zorgverlener of de trombosedienst u wanneer u uw bloedverdunners weer moet gaan gebruiken.
Het is belangrijk om niet op eigen houtje met uw bloedverdunners te stoppen.
Na de ingreep moet u geen NSAID’s, zoals ibuprofen, diclofenac of naproxen) als pijnstiller gebruiken. Deze medicijnen vergroten het risico op een nabloeding. Let op: ibuprofen, diclofenac of naproxen zit in veel pijnstillers die u bij de drogist of supermarkt kunt kopen (bijvoorbeeld Advil®, Aleve®, Diclofenac, Flurbiprofen®, Ibuprofen, Naproxen, Nurofen®, Sarixell®, Spidifen®, Strepfen®, Voltaren®). U vindt op de verpakking of in de bijsluiter bij de ‘Samenstelling’ of deze stoffen erin zitten.
Uw mondzorgverlener informeert u over het gebruik van andere pijnstillers, zoals paracetamol. Als u tranexaminezuur (spoeling of gaasjes) gebruikt, moet u uw mond niet met andere middelen spoelen, ook niet met water. Anders bestaat de kans dat het bloedstolsel op de wond weer wegspoelt en blijft het langer bloeden.
Op de volgende website vindt u meer informatie, zoals antwoorden op veel gestelde vragen, patiëntenfolders en informatie over preventie:
WhatsApp us